De geschienenis herhaalt zich
Wij hadden een uitwedstrijd tegen Philidor 2, een van de sterkere teams uit de competitie. Met collectief bijna 8000 ratingspunten stappen we in de auto. Erik op bord 1, Cees 2, Jan 3 en Dirk-Jan 4. Ik had die dag iets gedaan wat ik eigenlijk bijna nooit doe; ik had opgezocht tegen wie ik waarschijnlijk moest en me specifiek voorbereid. Op de website van Fries Kampioenschap en Waling Dijkstra toernooi vond ik zo’n twintig recente partijen van Oene, en dit gaf me een beeld van zijn speelstijl en opening. Er waren drie redenen waarom ik dit deed. Ten eerste ben ik nieuwe opening aan het leren. Ik heb nog massieve gaten in mijn repertoire. Er is natuurlijk altijd een moment dat je uit je openingsboekt bent, maar als dat is na 1..c5 is, dan heb je wel echt een nadeel. Ten tweede heb ik eerder in een Fries kampioenschap een pijnlijke nederlaag geleden tegen Oene. Ik stond knal gewonnen maar met een sneaky-dameoffer wist hij me mat in twee te geven. Hij won hiermee zelfs de schoonheidsprijs. De derde, en meest belangrijke, een deadline helpt met studeren. Ik had nu een doel om lekker zo’n 4 uur in mijn opening repertoire te grasduinen. Heerlijk.
De eerste en gelijk de laatste overwinning van de avond is dat ik inderdaad tegen Oene moet. Na de eerste vier zetten ben ik uit boek. Heeft voorbereiden tegen je tegenstander zin? Voor mij hielp het om mijn opening te verbeteren in algemene zin. Ik ben tevreden met mijn eerste 4 zetten, en zonder voorbereiding zou ik een ander, minder kritiek, plan gevolgd hebben. Na zet 6 is de volgende stelling op het bord.

Ik herinner me een video waarin een GM zei: de pionnen vormen een pijl waar je moet spelen. Zwart wil aan de koningsvleugel spelen (denk aan f5,f4,g5,g4, wit aan de damevleugel.) Ik trek hieruit een paar conclusies:
A) Pionnenzetten op de damevleugel (zetten als a4-b4-c5) hebben prioriteit. (Ik ga nazoeken of dit waar is, meeste GMs spelen Le2 in deze stelling, ik begrijp nog niet zo goed waarom).
B) Ik wil nog even wachten met kort rokeren. Het is niet zeker dat mijn koning daar veilig is.Â
C) Veld c5 is ontzettend belangrijk.Â
D) Uitkijken. De natuurlijke Le3 loopt potentieel in een tempo. Wellicht loper naar a3 ontwikkelen? (om zo op c5 te kijken?)
E) De stelling is erg scherp.Â
Na zet 18 is de volgende stelling op het bord.

Cees krijgt remise aangeboden. Hij loopt langs de borden. Mijn stelling is goed. Dit is omdat wits plan om de damevleugel te veroveren gelukt is. Het is heel moeilijk om te zien hoe zwart c7 kan dekken. (Bijvoorbeeld na Pb5). De aanval op de koningsvleugel zit er in eerste instantie best wel eng uit. Wit heeft alleen een paardje ter verdediging. Wat als zwart te toren offert op f3 (en daarmee de laatste verdediger uitschakelt? Is ..h5 en ..h4 een zet?) Het probleem voor zwart is dat er gewoon net iets aan strijdkrachten mist. Als ik het goed speel moet ik deze stelling kunnen winnen. Zeg ik arrogant voordat ik de computer heb losgelaten op deze stelling.
Dirk-Jan staat niet helemaal lekker, maar materiaal is gelijk en hij heeft erger overleefd. Hetzelfde geldt voor Jan. Zijn tegenstander heeft twee monster paarden; maar materiaal is gelijk en er zijn best kansen om zich uit het middenspel te wurmen. Cees accepteert de remise. Als Jan of Dirk-Jan er een remise uit weten te slepen is voor ons een zuur verdient matchpunt in het verschiet.
Dit is een goed moment om het verslag te stoppen. Tot volgende verslag allemaal!
Jullie zijn er nog….
Weet je heel zeker dat je verder wil lezen???
Echt… Zucht.
Vooruit dan maar.
Jan verliest zijn partij. Ik heb de ontknoping niet precies gezien maar gezien zijn stelling in het middenspel geen onlogische uitkomst. Ik kijk bij Dirk-Jan en tja, wat ik kan ik zeggen? Ik zou liever Jans posities hebben (nul op papier en stukken in het doosje) en van mijn lijden verlost zijn. Het probleem is dat Dirk-Jans koning onveilig is, zijn loper op c8 is onderontwikkeld, zijn tegenstander heeft de aanval EN staat niet eens materiaal achter. Ik heb nog de stille hoop dat Dirk-Jan alles weet af te ruilen en dat hij in een remise eindspel weet te belanden, maar helaas ook hij verliest. ½ – 2 ½ met alleen mijn partij nog te gaan. Voor spek en bonen, en voor glorie.

Soms vind ik het heel plezierig om een partij in een paar diagrammen terug te zien. De contouren van die eerste vier zetten in de opening die ik had voorbereid zijn nog steeds zichtbaar. In deze stelling heeft zwart net g5 gespeeld. Hij valt hiermee mijn paard aan. De reflex is natuurlijk om gelijk Pg2 te spelen. Maar zo eenvoudig is het niet na deze zet. Zwart heeft Lf3 en daarna Dh3. Die witte velden rond mijn koning voelen toch wel wat spannend. Ik speelde een veel betere zet, waarna de winst eigenlijk in de pocket is. Zien jullie de zet???
Lxd6! Het paard op h4 gaat verloren, maar hetzelfde geld voor het paard op e7. Wit wint hiermee een cruciale pion en tempo.We hebben hier allebei nog zo’n 8 minuten op de klok.

..hxg3 de laatste truc van Oene. Ik sla gewoon met m’n h-pion hoor ik mezelf denken. Maar wacht eens. Ik kan toch gewoon de loper op h6 slaan? Een gegeven loper moet je niet in de bek kijken. Dit is bluf. Dxh6. Als hij gxh2+ slaat dan speel ik Dxh2. Mijn koning is veilig. gxf2+ ziet er enger uit. Maar zwart heeft helemaal niets na Kh1. Rxf2 is ook niet spannend want ik speel gewoon De3 en na dameruil heeft zwart niets. Ik zie geen problemen na gxh2, gxf2 of Txf2. Weet je wat. Ik sla gewoon de loper eraf.

Ik glimlach. Welke zet kan ik spelen om te winnen. Even kijken. hxg3, oh Tf6!+ met een aftrekaanval. Das niet best, dat kost me de dame. Oke, Txf2. Verdraaid Txf2 Kh1 Df1# is mat. Ik heb geen De3 zoals ik had gepland. Ik heb geen schaakje. Misschien kan mijn paard ertussen Pd4. Dat werkt ook niet. Het komt bij mij binnen. Ik heb schitterend gespeeld, maar deze ene blunder is fataal.
Na de partij glimlacht mijn tegenstander. ‘De geschiedenis herhaalt zich,’ zegt hij verwijzend naar de vorige partij waarin hij op een vergelijkbare wijze won. Het heeft iets tragisch-komisch.
Deze partij was vorige week maandag, het is nu zondag. Waarom speelde ik niet gewoon hxg3? Ik heb hier serieus lang over nagedacht. Niet als retorische vraag om mezelf te straffen maar oprecht, waarom maakte ik deze keuze en hoe kan ik dat voorkomen in de toekomst? Er zijn een paar componenten.
A) Ik ben oprecht proberen beter te worden in schaken. Ik probeer ‘automatische reacties’ actief te beoordelen. Lxd6 is een goed voordeel waar deze houding me enorm geholpen heeft. Er is een balans tussen makkelijke zetten op auto-pilot spelen en de beste voortzetting willen vinden (zelfs als dit scherp is). In dit geval had ik de knop om moeten zetten en het willen uittikken.
B) Ik heb dit seizoen drie partijen gespeeld waar ik dezelfde rekenfout heb gemaakt. Na Txf2 staat er geen pion meer op f2. De3 is dus niet mogelijk (de dame staat immers niet gedekt door een pion die al geslagen is). In mijn partij tegen Dolf (zie vorig verslag) zag ik niet dat na Ke5 mijn koning niet meer op d6 stond en dus dat hij zijn pion naar d6 kon spelen. Tegen Herman zag ik een variant niet dat het veld h5 beschikbaar was voor zijn toren nadat hij Lh5-Ld8 had gespeeld. Mijn berekeningen, zelfs op diepte van 1 of 2 zetten gaan dus soms mis omdat ik het geslagen of verplaatste stuk nog hallucineer. Hebben andere mensen deze vloek ook? Als iemand een remedie heeft, hoor ik het graag.
C) Ik speel merkbaar slechter als mijn stelling gewonnen is. Ik geloof dat ik psychologisch geen zet wil vinden die dit tegenspreekt.
Met een half puntje en een pesthumeur rijden we naar huis. Bah bah, ik had me de avond toch wat anders voorgesteld.
De geschienenis herhaalt zich Meer lezen »














