Er zijn twee dingen die ik geleerd heb van mijn vorige uitwedstrijd in Steenwijk (zie link). De eerste is dat Steenwijk niet in Friesland ligt. Het tweede is dat het een pokke eind rijden is. Ik vind het eigenlijk best wel zwaar om doordeweeks pas om 1 uur ’s nachts thuis te zijn na een schaakpartij. Dat gezegd hebbende; toen ik had besloten om wel mee te spelen ging ik er natuurlijk voor. We zouden Steenwijk wel eens even in de pan gaan hakken.
We zaten met z’n vieren in de auto. Dirk-Jan reed (merci), Cees voorin, ik en Jan op de achterbank. Vorige jaar was het degradatiespook onze vaste bijrijder; dit jaar hijgt het promotie spook ons in de nek. We hopen eigenlijk dat Philidor 2 en Mid-Fryslân 1 goed de druk voelen, maar als we volgend jaar niet een klasse hoger hoeven te spelen zouden we dat niet heel erg vinden.
De huidige stand is nu als volgt. Let op: omdat 1 team zich heeft teruggetrokken moeten sommige teams nog 2 rondes spelen, en andere nog maar 1. Dit vertekend het beeld.

Voor de wedstrijd praat ik met Jan over opening. Ik adviseer hem om eens te kijken naar (…b6, ..Pf6, ..e6) voor zwart (zie youtube: link). Een relatief eenvoudig systeem waarbij je binnen 1 uur een speelbare opening hebt met zowel de witte als zwarte stukken. Niet de meest ambitieuze opening, maar wel erg stabiel, ongeacht wat je tegenstander speelt. Na zet vier wil ik eigenlijk Jan even aanstoten om naar mijn bord te komen kijken. Mijn tegenstander speelde, in de eerste 4 zetten: Pf6, e6, Lb4 en b6! Wat een toeval. Ik moet een gniffel onderdrukken.
Ik kom vrij goed te staan uit de opening. Het grote voordeel dat ik heb is dat ik het loperpaar bemachtig. Dit zorgt ervoor dat ik, voor de rest van de partij, meer controle heb over de zwarte velden. Daarnaast is het in mijn voordeel als de stelling verder opent. In dit geval is het onmogelijk voor zwart om de partij, zeg over 20 zetten, nog steeds gesloten te houden. Mijn voordeel zal dus alleen maar toenemen, naarmate de partij langer duurt.

De vraag die wit zich stelt is hoe hij de loper terug zal slaan. Dxc3 of bxc3.
Dxc3 ziet er heel natuurlijk uit. Het houdt de witte pionnenstructuur intact. Voor bxc3 valt echter ook iets te zeggen. Wit krijgt de half-open b-lijn. De centrum pion van d4 staat gedekt door een pion. Wit heeft ook a4-a5 in gedachte om druk te zetten op de b-lijn.
Hoe zouden jullie terugslaan?
****
Ik kies, foutief, voor bxc3. De evaluatie zakt hiermee van +1.5 naar +0.2. Ook in de analyse vond ik dit geen vreemde keuze. Wat ik heb gemist is hoe sterk de witte stelling is na Dxc3. De zwarte koning heeft geen veilige thuishaven, terwijl de witte koning wel, op elk moment, in veiligheid kan komen. Na mijn zet, bxc3, hebben beide spelers een zwakke koning. Bravo als je voor Dxc3 hebt gekozen. 🙂
***
Zwart heeft veel verschillende opties en ik besluit dat ik beter niet mezelf kan uitputten. Het is makkelijk te verdwalen in allerhande zettenreeksen die nooit op het bord komen. Ik had het gevoel dat ik het beste over de stelling kon nadenken nadat mijn tegenstander een zet heeft gedaan. (Dubieuze aanname, als ik erop terugkijk). Ik loop eens een rondje langs de borden.
Jan staat prima. Hij heeft het loperpaar maar zijn stelling is precies niet helemaal lekker. De plusjes en de minnetjes zijn volgens mij redelijk in balans. Dirk-Jan heeft wit. Dit is an sich al opmerkelijk dit jaar. 🙂 Het moeilijke vind ik dat Dirk-Jan altijd van andere type stellingen houdt dan ik. Alles stond muurvast. Ik vind dat afschuwelijk, maar Dirk-Jan heeft hier duidelijk voor gekozen, dus het ligt hem gewoon veel beter (of hij is een schaak-masochist). In mijn optiek staat zijn tegenstander iets beter, vanwege een sterk paard. Maar de vorige vijfduizend keer dat ik het dacht, mondde de partij in remise uit, dus ik maak me niet teveel zorgen. Cees staat niet lekker nadat hij een Jobava London voor de kiezen kreeg. Ik speel deze opening zelf en in mijn ervaring is het heel makkelijk om druk te creëren in deze opening, maar heel lastig om deze op te voeren. Niet prettig, maar Cees redt zich wel, zeg ik tegen mezelf.
In mijn eigen partij kom ik in de volgende stelling terecht. Zwart heeft net e6-e5 gespeeld en dreigt met ..Pf4. Deze zet valt mijn loper op d3 aan (mijn mooie loperpaar!) EN de pion op g2. De vraag die ik mezelf stelde is hoe ik dit kon voorkomen. De opties zijn:
1) g3. De pion dekt het veld f4, maar f3 wordt zwak en die loper op b7 wordt best wel scary omdat ik controle verlies over de a8-h1 diagonaal. Heeft zwart …f5?
2) Pg3. Als zwart Pxg3 slaat komt het paard niet op f4 (het is immers afgeruild). Als zwart niet slaat heeft wit zelf een sterk paard met Pf5 (direct of een zet later).
3) Pc1, zodat Pf4 beantwoord kan worden met Lf1. Dit ziet er wel erg geknutseld uit.

Wat zouden jullie hier spelen?
***
Het juiste antwoord is dat ik niet mijn tegenstander op zijn blauwe ogen moet geloven. De vraag die ik me niet stelde, tijdens partij of analyse, is of ..Pf4 echt zo’n groot probleem is. Ja, deze zet valt een pionnetje en een loper aan, maar is dat erg? Als je de verkeerde vraag stelt, krijg je nooit het goede antwoord. De vraag die ik mij had moeten stellen is: is het plan van mijn tegenstander (..Pf4) gevaarlijk genoeg dat ik mijn eigen plannen (h4 of a5) hiervoor moet uitstellen? Beide zetten geven wit +1.5, terwijl mijn docile Pg3 leidt tot een marginaal voordeel van +0.3. Ik vind het niet erg dat ik voor Pg3 heb gekozen, met een computer die meedenkt is het spelletje een heel stuk makkelijker, waar ik wel van baal is dat ik a5 en h4 eigenlijk zonder al te veel denken gelijk heb afgeserveerd omdat ik er vanuit ging dat ik Pf4 moest stoppen.
*
Intussen heeft Jan zijn problemen opgelost. Hij heeft het loperpaar, maar het is moeilijk om hier echt iets concreets van te maken. Dirk-Jan’s positie is, voor wat ik kan zien, niet echt gewijzigd. En Cees heeft ..Pb8! Gespeeld. Deze zet speelde Migchiel de Jong tegen mij in deze opening (andere stelling). Zwart gebruikt twee tempi om zijn slechtste stuk actief te maken. Cees staat niet prettig; volgens mij zelfs een pionnetje achter, maar dat komt wel goed.
Jan speelt remise. De stand is ½ – ½ . Mijn eigen partij wordt vrij tactisch. Ik zie een goedkope truc en speel te snel een zet die veilig en goed is. Ik hoop mijn tegenstander zo onder druk te zetten. Ik had beter langer en rustiger kunnen nadenken. Ik had moeten zoeken naar de beste zet (21. O-O ipv 21. De2). Cees speelt remise. 1-1 Dirk-Jan heeft lopers van tegenovergestelde kleur op het bord, dit beloofd ook een remise te worden. Het resultaat van mijn wedstrijd zal doorslaggevend zijn.
Helaas verspil ik mijn aanval en moet ik voorzichtig zijn. Ik ruil dames af, omdat ik zie dat ik in een stelling kom waar ik wel winstkansen heb, maar waarin ik niet verwacht dat ik kan verliezen. Mijn sterke loper zorgt voor een stabiel voordeeltje. Helaas maakt mijn tegenstander geen enkel foutje meer. Ik weet een pion te winnen, maar de stelling is gewoon gelijkspel. Zowel Dirk-Jan als ik spelen remise. Met vier remises gaan we naar huis, ik ben eigenlijk lichtjes gefrustreerd. Het gevoel dat ik het ergens heb laten liggen bekruipt me. Terecht, tweemaal heb ik mijn tegenstanders dreiging geloofd; zonder na te denken of het een echte dreiging was. Ik heb te snel gespeeld op cruciale momenten “om de druk op te voeren”. Het was mijn houding, meer dan mijn schaakinzicht, dat Franeker de overwinning heeft gekost. 2-2 gelijkspel tegen Steenwijk 1 is een prima uitslag, maar ik hoop dat ik volgende keer rustiger probeer in te schatten hoe sterk de dreiging van mijn tegenstander is, voordat ik me afvroeg hoe ik het kan stoppen. 🙂 Aldoende leert men, volgende keer beter.
Volledige partij:
